Durf jij je eigen ‘door’vragen te stellen?
Durf jij je eigen ‘door’vragen te stellen?
Onlangs hoorde ik het verhaal van de koning op een olifant. De koning had een land waar
alleen maar blinde mensen woonden. Hij had aangkondigd dit land te bezoeken en alle
inwoners waren het meest benieuwd naar de olifant. Wat is een olifant? Toen de koning
gearriveerd was dromden alle mensen samen om de olifant. Zij gingen voelen wat een
olifant was. De eerste die bij de staart stond zei: een olifant is een soort kwastje waar je
mee kunt schilderen. De tweede onderdaan stond naast een poot van de olifant: Nee hoor,
een olifant is een soort boom. Nummer 3 voelde een oor en zei: een olifant is een kleedje.
En de 4de die bij de slurf stond gaf aan dat de olifant een soort muziekinstrument was.
Al deze mensen hadden gelijk voor wat betreft zij voelden. Alleen zij wisten niet dat zij
onderdelen voelden van een groter geheel en dat dat geheel de olifant is. Eigenlijk hadden
zij heel simpel aan de koning kunnen vragen hoe zijn olifant er uit zag en dan hadden ze
geweten dat zij elk maar een deel van het dier ontdekt hadden.
Zo werkt het vaak ook in gesprekken tussen mensen. Pas als je vraagt en doorvraagt kom
je er achter wat de ander bedoelt. Wij zijn te gauw geneigd van ons eigen referentiekader uit
te gaan en wel ‘aan te nemen’ en te ‘denken’ wat de ander wil en bedoelt.
Vorige week was ik bij een netwerkbijeenkomst waar we in slechts één zin ons mochten
voorstellen en vertellen over ons bedrijf. Een normale 60 seconden elevator pitch is al kort,
dus dit was erg kort. Op zo’n moment probeer je de kern van je boodschap toch weer te
geven in die ene zin.Kort daarna vroeg mijn buurvrouw: wat doe jij ook al weer precies? Oh
ja, iets met vrouwen… Bij doorpraten bleek zij een heel ander beeld te hebben van mijn
doelgroep dan dat ik had geprobeerd over te brengen. Dus vanaf nu wordt het nog duidelijker….*
Zo gebeurt het ook vaak in coachgesprekken dat mensen het ene zeggen,maar eigenlijk
iets anders bedoelen. Bijvoorbeeld: “Ik ben niet zo dat ik gelijk klaar sta met mijn mening “.
Pas bij doorvragen kan ik dan erachter komen dat iemand eigenlijk bedoelt: “Ik durf niet zo
goed direct mijn mening te geven of ik ben bang dat ik iets stoms zeg of ik blijf liever op de
achtergrond” etc. En pas als duidelijk is dat iemand dat eigenlijk bedoelt kun je ook verder
vragen of zij dat prettig vindt of dat zij eigenlijk ook wel graag haar mening zou willen
geven. Dat laatste is meestal het geval en pas dan start de coaching.
Van kinderen kunnen wij nog veel leren. Toen onze oudste dochter 7 jaar was en ik
net een relatie had met haar (gescheiden) vader zei ze op een goede dag: ik hoop dat jullie
niet gaan trouwen. Dat kwam wel even hard aan, ik dacht dat we het goed konden vinden
met elkaar, al snap ik dat kinderen het liefste willen dat hun vader en moeder bij elkaar
wonen. Maar haar logica was bij doorvragen heel anders: Nou, als jullie niet gaan trouwen
kunnen jullie in elk geval ook niet weer scheiden. Dat maakte weer veel goed, deze ‘door-
vraag!
Hulp nodig bij het onderzoeken van je eigen ‘door’ vragen? Neem contact op met mij!
