Geen ja en geen nee: leer betere vragen stellen
Geen ja en geen nee Onze dochters verdrijven hun reistijd in de auto altijd graag met een aantal spelletjes. Een daarvan is 'geen ja en geen nee' en een andere 'iemand in gedachten nemen'. Bij het eerste spel is het de kunst de ander te verleiden tot ja of nee zeggen, dan is diegene af. Bij het tweede spel neemt de een iemand in gedachten en moet de ander raden wie het is. Degene die antwoord geeft mag dan juist alleen maar met ja en nee antwoorden. De bedoeling is om met zo weinig mogelijk vragen aan de ander de juiste persoon te raden.
Welke antwoorden wil je hebben? In situaties waarin je als manager, opdrachtgever of collega uitgebreide en volledige informatie wilt hebben van je gesprekspartner, zijn vragen waarop ja of nee wordt geantwoord vaak niet volledig genoeg.
Gesloten vragen Vragen waarop men ja of nee antwoordt worden gesloten vragen genoemd. Deze vragen beginnen altijd met een werkwoord. Bijvoorbeeld:
Heb je het naar je zin hier? Vindt u dit ontwerp zo goed? Heb je het druk deze week?
Als je op deze vragen een ja of nee als antwoord krijgt, weet je vaak nog niet precies wat de ander bedoelt. In het tweede voorbeeld:
Als je klant nee antwoordt op de vraag of hij het ontwerp goed vindt, weet je nog niet wat er dan niet goed is.
X: Vindt u het ontwerp zo goed? Y: Nee X: Dus u wilt iets veranderen? Y: Ja
Open vragen Door het stellen van open vragen krijg je direct meer informatie van je gesprekspartner. Open vragen beginnen bijvoorbeeld met: Hoe, Wanneer, Wie, Wat, Welke, Waarom.
In het voorbeeld:
X: Hoe vindt u het ontwerp? Y: Nou, ik zou aan de rechterkant meer kleur willen. X: Welke kleur? Y: Groen.
Door het stellen van open vragen wordt de informatie die je wilt hebben sneller concreet. In het voorbeeld heb je na twee gesloten vragen alleen de informatie dat de klant iets wil veranderen. Na twee open vragen weet je al dat hij iets wil wijzigen aan de rechterkant, dat het om de kleur gaat en dat die kleur groen moet zijn.
Afwisseling van gesloten en open vragen Natuurlijk ontkom je soms niet aan gesloten vragen of is een 'ja' of 'nee' antwoord voldoende. In de meeste gevallen is een combinatie van gesloten vragen en open 'doorvragen' wenselijk. Zoals in mijn vorige nieuwsbrief bij het onderwerp 'invullen' aan de orde is geweest, gaat het er om dat jouw beeld en het beeld van de ander zoveel mogelijk overeenkomen. Dit bereik je het snelst en gemakkelijkst met open vragen. Gesloten vragen zetten jou, als vragensteller, aan het werk. Na elke, misschien wel omzichtig geformuleerde of lange vraag, komt slechts een ja of nee als reactie, waarna de actie weer bij jou ligt. Door de ander zijn verhaal te laten vertellen na 'hoe' of 'wat' vragen krijg je meer informatie op een gemakkelijker manier.
Spel en praktijk Voor onze kinderen was het een elk geval een eye-opener te weten dat ze bij geen 'ja en geen nee' zoveel mogelijk vragen moeten stellen die met een werkwoord beginnen om het de ander zo moeilijk mogelijk te maken. Bij het andere spel is het nu ook duidelijk waarom het soms zo lastig te raden is wie de ander in gedachten heeft. Met alleen gesloten vragen mogen stellen moet je soms heel veel vragen stellen om het juiste beeld dat de ander in gedachten heeft te raden. Hoeveel gemakkelijker zou het zijn om te vragen: Hoe zou je de persoon die je in gedachten hebt omschrijven? Maar ja, dan is het speleffect weg.
Voor in de dagelijkse praktijk wens ik u veel succes met uw open vragen. Denk voor al aan open vragen als u het gevoel heeft dat u de informatie uit uw gesprekspartner moet 'trekken' en het gesprek u veel energie kost.
Wat kan ik verder nog voor u doen?
|
|